Aangepast op december 29, 2025
Aave en de volwassenwording van DeFi.

DeFi wordt vaak neergezet als een volledig gedecentraliseerd financieel systeem, zonder centrale partijen. In de praktijk blijkt dat beeld complexer, zeker nu sommige DeFi-protocollen zijn uitgegroeid tot infrastructuur waar miljarden aan waarde doorheen gaan. De situatie bij Aave laat goed zien waar die spanning vandaan komt.
Aave is een van de grootste leenplatformen binnen crypto. Gebruikers kunnen er digitaal geld uitlenen en lenen via smart contracts. Het protocol wordt niet aangestuurd door een traditioneel bedrijf, maar door een zogenoemde DAO. Dat staat voor Decentralized Autonomous Organization. In zo’n structuur stemmen tokenhouders gezamenlijk over belangrijke beslissingen, zoals aanpassingen aan het protocol of het gebruik van middelen.
Tegelijkertijd wordt de software van Aave gebouwd en onderhouden door Aave Labs. Dat is een organisatie met ontwikkelaars, juridische structuren en operationele verantwoordelijkheid. Die combinatie werkte goed zolang Aave vooral werd gebruikt door vroege gebruikers en individuele beleggers.
Wanneer verantwoordelijkheid en zeggenschap uit elkaar lopen.
Nu Aave steeds vaker wordt gebruikt door professionele en institutionele partijen, verandert de dynamiek. Deze partijen stellen andere eisen dan vroege gebruikers. Ze verwachten duidelijkheid over aansprakelijkheid, risicobeheer en wie aanspreekbaar is als er iets misgaat. In die gesprekken zitten zij niet tegenover een DAO, maar tegenover Aave Labs.
Dat betekent dat Aave Labs in de praktijk verantwoordelijkheid draagt richting deze partijen. Tegelijkertijd ligt de formele zeggenschap over het protocol bij de DAO, waarin duizenden tokenhouders stemmen. Zo ontstaat een situatie waarin beslissingen met grote juridische en operationele gevolgen niet altijd worden genomen door de partij die de verantwoordelijkheid draagt.
Deze spanning is geen uitzondering, maar een signaal dat DeFi een nieuwe fase ingaat. Volledige decentralisatie werkt goed in een experimentele omgeving, maar zodra een protocol financiële infrastructuur wordt, ontstaat behoefte aan duidelijke structuren. Over wie beslist, wie risico draagt en wie kan ingrijpen wanneer dat nodig is.
De situatie bij Aave laat zien dat DeFi zich ontwikkelt van open experiment naar volwassen infrastructuur. Niet door decentralisatie los te laten, maar door te zoeken naar vormen waarin open governance en praktische verantwoordelijkheid samenkomen. Daarmee vormt Aave een belangrijk precedent voor hoe DeFi er in de toekomst uit kan zien.